NL | EN

Benjamin van der Burg


In mijn installaties wordt het publiek omringd door een atmosfeer van mijn gedachtekronkels. De gedachtekronkels projecteren zich in gloomy settingen waarbij de ruis door de ruimte heen sust en zich vind in de 3d mensionale objecten en de ruimte. In de installatie staat de ruis tussen de objecten en de ruimte in constante relatie tot elkaar. Die projectie geeft zich vorm binnen de installatie als een brein, waarbij de setting het meest te beschrijven is beschrijven als een “gloomy” refererentie naar agressieve baroque scenes. Hierbij reffeer ik naar de baroquekunst die het lelijke erkent als een kracht op zichzelf en de overmeesterlijking gebruikt als sfeerbeeld. Wat uit dit brein voortvloeit is een stelsel van onderlinge verbindingen en constructies, gedachtekronkels, waar de concepten en herinterpertaties binnen het brein en in de objecten als een netwerk wordt samen gebracht. Het brein beweegt zich doormiddel van het maken een kronkelende melodie om de ideen van het ene naar het andere object te kunnen teleporteren. De ene kronkel is een geteleporteerd verouderd onderdeel van een eerder werk, terwijl de andere kronkel ecletische verbindingen maakt tussen historische gebeurtenissen, beelden, en concepten. Door het creeeren van de kronkels onstaat er een ruis die zorgt voor de grootste verbinding tussen de elementen. De ruis situeerd zichzelf in het werk als een glimps die een universum toont gehuld in fluide begrippen. mijn breinruis vormt een onaantastbare tussenruimte (een ruimte in constante vorm van transitie), die niet binnen de taal valt te bevatten.het brein creeert hierbij een spectrum aan hergestructureerde identiteiten, die binnen een alternatief, maar herkenbare, atmosfeer in constante beweging zijn en ideen (structuren klonkelen)van tijd . Wat overblijft is een ruimte met een doorgemaakte verandering, waarbij het herkenbare gepresenteerd wordt als afstotelijk.

In mijn installaties wordt het publiek omringd door een atmosfeer van mijn gedachtekronkels. De gedachtekronkels projecteren zich in gloomy settingen waarbij de ruis door de ruimte heen sust en zich vind in de 3d mensionale objecten en de ruimte. In de installatie staat de ruis tussen de objecten en de ruimte in constante relatie tot elkaar. Die projectie geeft zich vorm binnen de installatie als een brein, waarbij de setting het meest te beschrijven is beschrijven als een “gloomy” refererentie naar agressieve baroque scenes. Hierbij reffeer ik naar de baroquekunst die het lelijke erkent als een kracht op zichzelf en de overmeesterlijking gebruikt als sfeerbeeld. Wat uit dit brein voortvloeit is een stelsel van onderlinge verbindingen en constructies, gedachtekronkels, waar de concepten en herinterpertaties binnen het brein en in de objecten als een netwerk wordt samen gebracht. Het brein beweegt zich doormiddel van het maken een kronkelende melodie om de ideen van het ene naar het andere object te kunnen teleporteren. De ene kronkel is een geteleporteerd verouderd onderdeel van een eerder werk, terwijl de andere kronkel ecletische verbindingen maakt tussen historische gebeurtenissen, beelden, en concepten. Door het creeeren van de kronkels onstaat er een ruis die zorgt voor de grootste verbinding tussen de elementen. De ruis situeerd zichzelf in het werk als een glimps die een universum toont gehuld in fluide begrippen. mijn breinruis vormt een onaantastbare tussenruimte (een ruimte in constante vorm van transitie), die niet binnen de taal valt te bevatten.het brein creeert hierbij een spectrum aan hergestructureerde identiteiten, die binnen een alternatief, maar herkenbare, atmosfeer in constante beweging zijn en ideen (structuren klonkelen)van tijd . Wat overblijft is een ruimte met een doorgemaakte verandering, waarbij het herkenbare gepresenteerd wordt als afstotelijk.